Wat rechtvaardigt voor de volontair een leven in armoede ? In onze westerse beschaving werd armoede op zich nooit gewaardeerd. Jezus Christus is de enige die de armoede als ideale levensstaat heeft vooropgesteld. Nochtans hebben Volontairs uiteenlopende spirituele overtuigingen. Waarop steunen zij dan om te beweren dat ze in armoede moeten leven ?
Vanavond gaan we nadenken over de armoede van de Volontairs. We hebben het er vaak over, maar soms verwarren we armoede met miserie. Ik weet niet of we goed beseffen wat we bedoelen met armoede. Waarom en hoe sluipt armoede ons leven binnen ?
Eerst moeten we erkennen dat armoede geen natuurlijke toestand is, het is geen natuurlijk gegeven. Evenmin kunnen we stellen dat we verlangen naar een leven in armoede omwille van de daaruit voortvloeiende beperkingen, want die beperkingen zijn op zich niet goed en niet normaal. Rechtvaardigheid stelt immers een gelijke herverdeling voor iedereen. Sommigen zullen beweren dat bij een gelijke herverdeling op wereldvlak de enen hun deel zouden laten renderen, terwijl anderen het zouden verspillen. Deze drogreden is geen rechtvaardiging voor de extreem ongelijke verdeling.
We moeten het in deze beschouwingen niet noodzakelijk hebben over het verschil tussen een multimiljonair en iemand met een doorsnee inkomen. Het onaanvaardbare ligt in het verschil tussen die eerste groep en zij aan wie zovéél ontzegd wordt, dat hun professioneel, sociaal en moreel leven bedreigd is. Dáár ligt de echte breuklijn. Wie zoveel ontnomen werd, leeft in een onaanvaardbare ongelijkheid. In zulke mensonwaardige omstandigheden ligt het voor de hand dat deze mensen al het mogelijke doen om volledig betrokken te geraken. Want zo krijgen ze volledig toegang tot de samenleving en maken ze kans op vorming, op intellectuele, morele en professionele ontwikkeling. Zo komen ze tot een volwaardig levensniveau.
En toch beweren wij hier dat het nodig, ja onontbeerlijk is dat onze Volontairs in armoede gaan leven. « Hij moet leven in een toestand van armoede », zo zeggen wij dat. Waarop steunen wij deze bewering ? Op welke criteria ? Zeker niet op de gewone gang van zaken : we hebben net aangehaald dat dit een onnatuurlijke wijze van leven is. We hebben gezegd dat onderbevoorrechtte mensen vanzelfsprekend recht hebben op véél meer. Wat ligt dan aan de basis van de bewering dat Volontairs toch arm moeten leven ?
Filosofisch houdt dat geen steek. In de loop van onze beschaving heeft geen enkele filosofie op grond van menselijke overwegingen of geen enkele befaamde denker in de loop der eeuwen de armoede ooit gezien als een ideaal om de menselijke natuur zogenaamd te overstijgen. De vervolmaking van de mens heeft altijd een opwaardering van de geest als invalshoek gehad, waarbij steeds bepaalde middelen en basisvoorwaarden onmisbaar bleken. En zelfs in de mythologie kennen we geen « arme goden ».
In het verleden vinden we wel een of andere filosoof die opkwam voor vrijwillige armoede, maar dat waren uitzonderingen en zij beschouwden de armoede niet als een goede zaak op zich. Zij leefden in armoede als een levende aanklacht en afkeuring tegen een samenlevingsvorm of tijdsgeest. Maar doorgaans werd in de loop der tijden de rijkdom beschouwd als een goddelijke gunst. Hoe rijker, hoe dichter bij de Heer.
Voor wie in Christus gelooft zoals Hij zich openbaart in het evangelie en in de leer van de Kerk door de eeuwen heen, lijkt deze visie ondersteboven gezet. Door zijn manier van op de wereld aanwezig te zijn, heeft Christus de armoede voorgehouden als dé ideale levensstaat van de mens. Dit bleek overduidelijk bij zijn kruisiging. Toén had Christus zozeer van alles afstand gedaan, dat er geen enkel misverstand over kon bestaan. Het kruis werd de triomf over een gans leven in armoede en dit soort leven werd het ideaal voor de christenmens. Wij zijn echter niet allemaal gelovig. Dus gaan we de rechtvaardiging van onze beweringen niet vinden binnen dit soort geloofskader. Niet iedereen deelt dezelfde geloofsovertuiging, waarop kunnen we dan steunen om te aanvaarden en het ook vol te houden dat Volontairs in armoede dienen te leven ? Als geen enkele filosofie beweert dat deze armoede een goede zaak is en ons daartoe aanzet, waar baseren wij ons dan op ? Laat ons hier even bij stilstaan. In het laatste nummer van « Iglo’s » schreef Francine dat het Volontariaat « ambivalent » zou moeten zijn. Wat bedoelt ze daarmee ?
Iemand is ambivalent wanneer hij op het scharnierpunt staat tussen twee werelden en in feite tot elk van die twee behoort omdat hij van beide een aantal waarden in zich draagt. Als je naar België gaat en je bent zo’n dertig kilometers de grens voorbij, dan heb je het gevoelen niet echt meer in Frankrijk te zijn, maar ook nog niet volledig in België. De manier van zijn en het gedrag der bewoners enerzijds en het landschap anderzijds maken dat je tussen twee werelden staat, en de mensen horen bij elk van beide.
We kunnen dit voorbeeld transponeren. Ook wij leven tussen twee werelden, die van de arme mensen en die van de samenleving. Wij zijn mensen die op de grens leven. Het is voor ons noodzakelijk tot beide te behoren om de ontmoeting van de rijken met de arme mensen mogelijk te maken en om de arme mensen toegang te geven tot de wereld der rijken. Wij willen dat de samenleving der arme mensen zich openstelt voor de rijken en dat de rijken openstaan voor de arme mensen. Daarvoor moeten er langs weerszijden gemeenschappelijke waarden zijn, die ertoe bijdragen dat elk van die werelden ons erkent als ertoe behorend, als leden die het woord kunnen nemen in ons aller naam.
Welk is nu de grootste waarde die we doorheen de miserie ontdekken ? Dat is zeker niet de miserie zelf, maar wel wat armoede mensen kan bijbrengen. Dit gaat van eenvoud tot bescheidenheid en inzicht in het echte leven. De beleving van armoede is tegengesteld aan overvloed, hoogmoed en macht, die de kleinsten in de schaduw plaatsen. Door onze beleving van armoede kunnen de mensen in miserie ons erkennen als behorend tot hun gemeenschap, kunnen ze ons aanvaarden, naar ons luisteren en ons tenslotte de kans geven hen te helpen de overstap te maken. Onze armoede is hun bodem van vertrouwen, want ze vertolkt onze oprechtheid en zegt wie we echt zijn : Volontairs die zich inzetten tegen de miserie. Daarbij willen wij zo dicht mogelijk naast de gezinnen staan om ze te helpen uit die miserie te geraken.
Onze armoede heeft een fundamentele betekenis. De keuze voor onthechting geeft immers in de ogen van de arme mensen een meerwaarde aan hun levensomstandigheden. Als het aan ons te zien is dat wij het echt lastig hebben met dit soort leven, dat wij ons vrijwillig dingen ontzeggen en zo als het ware dicht in elkanders nabijheid komen, krijgt hun leven waarde. Door de armoede vrijwillig op ons te nemen, bevestigen wij dat arm zijn op zich niet vies of schandelijk is. Ongetwijfeld blijft het pijnlijk in armoede te leven, maar arme mensen kunnen zo aanvaarden dat hun bestaan niet minderwaardig is, sociaal, religieus en professioneel niet beneden alle peil, dus al bij al niet slecht op zich. Dit lijkt me uitzonderlijk belangrijk. De waarden van de huidige toestand willen gebruiken is een eerste voorwaarde om er uit te geraken. Wie vooruit wil, wie zich wil ontplooien, heeft hiervoor meer nodig dan wat hij bij zijn buur kan vinden. Het is mijn overtuiging dat iemand slechts dán uit zijn toestand kan geraken, wanneer hij de waarden van die toestand en van het eigen milieu erkent en onder ogen ziet. Dat is één van de sleutels om de deur voor de arme mens te openen. De eigen armoede moet een springplank zijn, een uitgangspunt.
Er is nog een belangrijke overweging. Wanneer de arme mens zich in zijn toestand gewaardeerd weet, zal hij de rijken niet meer zo hoog inschatten. Hij zal ze niet meer zien als mensen die hem de weg versperren. Wanneer hij zijn eigen toestand echt naar waarde zal schatten, zal hij de omringende wereld veel gemakkelijker aankunnen. Hij zal veel vlotter contact leggen met zijn omgeving en hier zijn plaats weten in te nemen.
Wat stellen wij voorop ? Wij kiezen voor een wederzijdse toenadering. Arme mensen moeten een plaats krijgen in de kring van de rijken en de rijken moeten onthaald worden in de kring van de arme mensen. Maar wij wensen dat binnen diezelfde context de arme mensen zelf blijven openstaan voor wie nog armer is. Opvang van anderen vergt een minimum aan eigenwaarde. De belangeloosheid van die opvang veronderstelt kwaliteiten als onbaatzuchtigheid, begrip voor anderen, zelfvertrouwen en zelfs draagkracht. Als wij wensen dat arme mensen andere arme mensen onthalen, dan moeten die eersten een zeker stadium van kracht, evenwicht en rijpheid bereikt hebben. Daarvoor hebben de arme mensen een totaalbeeld van hun armoede nodig en de overtuiging van de waarde ervan. Zo kunnen ze oog krijgen voor andere arme mensen in hun omgeving en aandacht geven aan hen die nog dieper gevallen zijn en ze in hun midden opnemen. Dan zullen de arme mensen niet langer een soort verdeeld strijdtoneel zijn met tegengestelde belangen. In tegenstelling tot wat sommige dichters zich voorstellen, zijn uitingen van graag zien daar in de praktijk even zeldzaam als een zonovergoten hemel midden in de nacht…
Dit waren mijn bedenkingen omtrent de kwestie van armoede en daarbij heb ik mij vragen gesteld over de noodzaak en de rechtvaardiging van onze eigen armoede. Ik heb daar vier argumenten voor. Het is eenvoudig onmogelijk dat arme mensen ons aanvaarden in hun leefwereld en ons bij hen opnemen, wanneer we niet enigszins dichterbij komen. Verder maakt onze keuze voor armoede hun duidelijk dat die levensomstandigheden niet tot minderwaardigheid leiden. Dit geeft hun de kans om vanuit hun beleving de kracht te vinden om eruit te geraken. Vervolgens zullen de arme mensen veel gemakkelijker contacten leggen met hun omgeving en de wereld beter aankunnen, wanneer hun levensomstandigheden naar waarde geschat worden. Tenslotte kunnen arme mensen in geen geval nog armere belangeloos opvangen, als ze zelf niet deel uitmaken van een evenwichtige en betrouwbare wereld. Niemand kan immers zijn evenwicht vinden zonder zich te wortelen in zijn eigen milieu en geen enkel milieu kan een evenwicht bereiken zonder dat wie eruit voorkomt, fier kan zijn er zijn wortels in te hebben.
Dit leg ik jullie voor en het is aan jullie het te nemen of te laten. Armoede is een staat van onthechting die we al dan niet op ons nemen. Het drama voor de mensen in miserie is dat het hun wordt opgelegd. Zij hebben zelfs niet te kiezen voor een louter materiele armoede, want het hangt samen met andere, duidelijk onmenselijke ontberingen.
Wanneer onze twee fotografen uitkijken om zuinig te zijn op benzine, dan kiezen zij voor een zekere vorm van armoede. In werkelijkheid hebben zij de middelen om de wereld rond te trekken. Zij doen hun job met plichtsbesef en dus houdt dat ontberingen in. Hiermee geven ze blijk van een geestelijke ingesteldheid, die zich voortdurend uitdrukt in het concrete dagelijkse leven. Deze ingesteldheid leidt ook tot een discipline. We komen ertoe onszelf bijvoorbeeld op te leggen kladpapier te zoeken om geen mooi papier te verspillen. Doorgaans is het monnikenleven in onze ogen geen toestand van strikt volmaakte armoede. Wij hebben immers niet de indruk dat monniken een volgehouden inspanning moeten leveren om grenzen te stellen aan hun uitgaven en hun manier om goederen te consumeren. Een vrij gekozen armoede houdt dit nochtans in : het is de niet aflatende inspanning zich ontberingen op te leggen.
Deze vrij gekozen armoede dompelt ons onder in een vrijwillig opgenomen spanning. We moeten onszelf voorhouden : « Ziedaar de goederen van deze wereld. Alhoewel ze binnen mijn bereik liggen, zie ik ervan af om een of andere reden ». Vele mensen komen naar hier en zeggen : « Ik wil me bezig houden met arme mensen ». Zij willen ongetwijfeld rechtstreeks met de gezinnen in contact komen. Op de eerste plaats zouden zij zich echter die discipline moeten eigen maken, van sommige goederen afstand te doen. Van meet af aan willen mensen graag grootse dingen verwezenlijken. We moeten vooral gewoon proberen situaties mee te maken die ook arme mensen meemaken. Armoede is de eerste vereiste om met hen in contact te komen. Ik bedoel niet de miserie. Miserie is geen echt leven meer en daarin hoeft niemand zich te spiegelen. Miserie is geen positieve toestand terwijl armoede dat wel is.
{Consulter} l'article avec son forum.
Paiement en ligne par carte bancaire, cliquez-ici :
Ou bien,
Imprimez, complétez ce bulletin et renvoyez-le à :
ATD Quart Monde. 107 avenue du Général Leclerc, 95480 Pierrelaye
Nom : ...........................................................
Prénom : ......................................................
Société ou Organisme :..................................
Adresse :........................................................
Code postal : .................................................
Ville :..............................................................
Pays :............................................................
Prix du numéro :
— Frais de port (1,50 € pour un exemplaire et 2,65 € pour 2 exemplaires et plus.
7 € pour un numéro de 2006 et 2007
6 € pour un numéro de 2005
3 € pour un numéro de 1986 à 2004
Je commande le numéro : ......................
Je commande d’autre(s) numéro(s) : ...../......../......../......../.(Liste ci-dessous)
Ci-joint mon règlement, soit : .................€ par :
o Chèque bancaire
o Chèque postal
à l’ordre de : ATD Quart Monde, 107 avenue du Général Leclerc, 95480 PIERRELAYE.
Ces informations sont destinées à ATD Quart Monde. Elles ne seront pas utilisées à des fins de prospection. Elles ne seront pas cédées à des tiers. Vous disposez d’un droit d’accès, de modification, de rectification et de suppression des données vous concernant (loi « Informatique et Libertés » du 6 janvier 1978) Pour tout renseignement, adressez-vous à :ATD Quart Monde, 107 Avenue du Général Leclerc, 95480 Pierrelaye, France.
Tél :+33(0)1 34 08 31 40.
Mail : Sur la page d’accueil, voir "écrire à la rédaction"
| 1986 | 121 | L’Entreprise | 3 € |
| 1987 | 122 123 124 125 |
Droits de l’homme, Droits de l’autre Un point d’appui : Le revenu garanti Artisan de la Communauté (L’Europe a 30 ans) S’associer avec les plus pauvres (1957-1987) | 3 € |
| 1988 | 126 127 128 129 |
Mettre en œuvre le rapport Wresinski Toit et droit avec les sans-abri Sport : bien être ensemble Les plus pauvres, voix de l’homme |
3 € |
| 1989 | 130 131 132 133/134 |
Tous citoyens, une ambition Une démarche Wresinski pour l’Europe Nord-Sud : un autre dialogue Joseph Wresinski : témoigner de l’homme |
3 € |
| 1990 | 133/134 135 136 137 |
Joseph Wresinski : témoigner de l’homme L’Entreprise : une alliée indispensable L’accès à l’écrit : une liberté Les plus pauvres sont-ils représentés ? | 3 € |
| 1991 | 138 139 |
L’aventure du partenariat avec les plus pauvres Les parents, source d’avenir Reconnaître l’autre comme chercheur Evaluer avec le Quart Monde |
3 € |
| 1992 | 142 143 144 145 |
Jeunes rencontreraient monde pour avenir commun Habiter en humanité S’unir contre la misère La misère, ni tabou, ni fatale |
3 € |
| 1993 | 146 147 148 149 |
Pauvreté : où en est l’écologie ? Violence de l’exclusion et justice Au prisme de la faiblesse L’espoir : vivre en humains |
3 € |
| 1994/1 1994/2 | 150 150 151 152 |
Famille : des liens contre la misère Famille : des liens contre la misère Droits humains, affaire de citoyens L’école de tous les enfants |
3 € |
| 1995 | 153 154 |
Citoyens ensemble : une ambition pour l’an 2000 Oxygène pour la démocratie Elève aujourd’hui, citoyen demain Se relier : une culture en ouvrage |
3 € |
| 1996 | 157 158 159 160 |
Résonances à Moscou La dignité, référence pour la loi Une Allemagne insoupçonnée Quand la tolérance dépasse la peur |
3 € |
| 1997 | 161 162 163 164 |
Travaillé par le travail ONU - La misère, apartheid d’aujourd’hui Des @utoroutes pour tous Le beau, chemin vers soi (épuisé) |
3 € |
| 1998 | 165 166 |
J. Wresinski : le plus pauvre au cœur d’une intelligence Contre la violence de l’inactivité forcée L’enfant civilisateur Droits de l’homme - La dignité comme expérience |
3 € |
| 1999 | 169 170 171 172 |
Délivrer une mémoire commune Le Quart Monde à la Sorbonne : croiser les savoirs Risquer l’empreinte de l’autre Droit au travail et sécurité d’existence | 3 € |
| 2000 | 173 174 175 176 |
Entre violence et confiance Passion d’apprendre Mondialisation et pauvreté Le droit de participer |
3 € |
| 2001 | 177 178 179 180 |
Espace rural : des distances à combler Enfants placés Projets familiaux L’eau : un bien commun ? |
3 € |
| 2002 | 181 182 183 184 |
L’Europe au pied du mur Profession et pauvreté : le défi de la formation Le 17 octobre, un pacte pour l’avenir La santé pour tous : pour quand ? |
3 € |
| 2003 | 185 186 187 188 |
Apprendre : le désir et le droit Droits de l’homme : en danger ? Internet : au service de qui ? L’écriture de la vie |
6 € |
| 2004 | 189 190 191 192 |
La rue n’a pas d’enfants Choisir d’agir Ouvrir l’horizon Reconsidérer la pauvreté ? |
6 € |
| 2005 | 193 194 195 196 |
La prison, au-delà des murs Parcours d’engagements Vivre en sécurité Vieillir |
6 € |
| 2006 | 197 198 199 200 |
Habiter avec les autres ?
Littérature et misère : quelles rencontres ? Forger la mémoire d’un avenir commun Le refus de la misère a-t-il pris corps ? | 7 € |
| 2007 | 201 202 203 | Le travail décent : un droit ? Le 17 octobre : un monde pour vivre ensemble demain Etre connu et reconnu | 7 € |
DOCUMENT JOINT : La liste des titres d’IGLOOS, années 1960 à 1986
{Consulter} l'article avec son forum.
A l’occasion de la disparition accidentelle du Professeur Bronislaw Geremek, la Revue Quart Monde s’associe à l’hommage qui est rendu à ce grand combattant de la liberté et des droits de l’homme, et à l’historien de la pauvreté qu’il était, en republiant un entretien qu’il avait eu avec Jacqueline Chabaud au cours de l’été 1992.
Entretien publié dans le n°144 de la Revue Quart Monde, 3ème trimestre 1992.
En ces premiers jours de juin 1992, Varsovie était sous un ciel d’été. Rien ne semblait troubler la tranquillité du Parlement (le Sejm) où l’huissier vous indique votre chemin, sans autre formalité. Pourtant, l’heure était grave. Le Premier ministre venait de décider l’ouverture des dossiers de la police secrète concernant certaines personnalités, décision si contestée qu’il était démissionné quelques jours après.

Et les députés s’apprêtaient à débattre du budget d’austérité. Malgré cette tourmente, Bronislaw Geremek, président de la Commission des Affaires étrangères du Parlement, fut fidèle au rendez-vous qu’il avait accordé à « Quart Monde », tout simplement, en ami. Aussi me sentais-je libre de lui parler de son cheminement humain qui m’avait toujours étonnée.
Comment un historien comme lui en était-il venu à s’intéresser aux pauvres et à la pauvreté, à une époque où nul ne se souciait de ces questions ? L’humour de son regard perce sous la broussaille des sourcils. La question le ramène quelque quarante ans plus tôt, mais aussi aux étudiants qu’il a formés. « Deux raisons guident un jeune historien dans le choix d’un sujet de thèse : le désir d’étudier ce qui ne l’a pas encore été et sa propre sensibilité aux choses du monde. Ces deux raisons m’ont conduit aux pauvres, ces mal aimés de l’Histoire qui n’avaient pas droit à l’Histoire, mais aussi aux problèmes de la pauvreté ». Evidente, la nouveauté du sujet. Mais quelle expérience avait sensibilisé le jeune Bronislaw aux pauvres ? Soudain, la voix, q’il a chaude et posée, sourd d’une passion à peine contenue « L’historien, sensible au monde qui l’entoure et avec un peu d’imagination, apporte quelque chose qu’aucune autre science humaine ne peut apporter. A condition qu’il considère la « longue durée » chère à Fernand Braudel, mon maître. C’est elle qui permet de comprendre le temps présent ».
Il évoque son arrivée à Paris, pour la première fois en 1956. « J’ai trouvé des archives d’une richesse incomparable et aussi l’incompréhension la plus totale quant au sujet de ma thèse ! on me disait : « Mais les pauvres ne produisent pas de documents ! « Je me suis entêté. Je crois que mon choix et mon obstination étaient dus aussi à l’influence du marxisme. Maintenant, je pense que celui-ci est une idéologie fausse, mais il reste que Marx est le premier à avoir étudié la pauvreté, pas le seul, car il y a également les grands théoriciens anglais du capitalisme ».
Depuis 1956, il explore les archives judiciaires, celles des institutions de secours et des associations charitables et va de siècle en siècle jusqu’au XIXè. « Je suis resté fidèle à mon choix. Je cherchais à la fois le côté existentiel, les hommes vivants, et l’aspect structurel, la pauvreté. Depuis, l’histoire de la pauvreté est devenue un domaine de recherche, les archives de la pauvreté sont immenses ».
Quand Bronislaw Geremek en appelait à l’imagination de l’historien, celle-ci lui a-t-elle suffi pour retrouver des hommes vivants à travers des archives qui ne sont pas celles des pauvres, mais celles de ceux qui ont affaire à eux ? La sensibilité aux choses du monde qu’il évoquait à l’instant éclaire aussi sa recherche. « En 1956, je passais par les quartiers pauvres de Paris. Je voyais des hommes déguenillés sur les trottoirs. J’ai trouvé une thèse de sociologie sur le clochard et une « Introduction à la sociologie du vagabondage ». La soutenance de cette thèse fit alors scandale. L’auteur y avait fait venir et parler quelques héros de son étude et le lendemain, un des vagabonds écrivait au journal « Le Monde » pour s’expliquer ; ses compagnons et lui avaient raconté au sociologue ce qu’il voulait entendre, en échange de bouteilles de vin. Ce fait, je ne l’ai jamais oublié. Il m’a fait découvrir ce que signifiait l’exclusion, en profondeur, cette quasi-obligation de mentir pour plaire à celui dont on attend quelque chose ». Il approfondit cette découverte en lisant Michel Foucault. Et en rencontrant l’abbé Pierre et le père Joseph. Les « choses du monde » entraînent l’universitaire polonais à l’engagement. Après les manifestations ouvrières de Radon, en 1976, et leur dure répression, des intellectuels fondent un comité de défense des ouvriers ( le KOR). Le professeur Geremek les rejoint. Il participe aux universités volantes du KOR. « Nous réunissions clandestinement des étudiants dans des appartements privés pour enseigner ce que nous ne pouvions enseigner dans les facultés, en particulier les dimensions morales, éthiques, et la vérité de l’Histoire. La répression fut telle que ces réunions devinrent impossibles. Alors nous avons publié ces cours clandestins, ce qui nous a permis de toucher beaucoup plus que quelques centaines d’étudiants ! Certains de ces cours, tirés en moyenne à 5000 exemplaires ont atteint 50 000 exemplaires ».
De là à Solidarnosc ; il n’y avait qu’un pas. Bronislaw Geremek le franchit en 1980 : « C’était un véritable mouvement où mon action trouvait un langage commun. Mais j’ai été surtout intéressé par l’aspect syndical de Solidarnosc, la défense des travailleurs ».
L’expérience des universités volantes conduit à l’idée d’organiser des universités populaires destinées aux ouvriers et aux paysans. « L’Eglise a fourni les lieux, partout. Ces cours rassemblaient jusqu’à 5 000 personnes dans les églises. Ils ont préparé 1989, par une continuité de résistance ».
Mais comment l’historien, attaché à la discipline universitaire, a-t-il pu d’adapter à ce public neuf ? A t-il appris quelque chose de ces travailleurs manuels ? Bronislaw Geremek répond comme s’il s’agissant d’une tranquillité évidente. « Un universitaire se doit de respecter la méthodologie universitaire. Mais, quand on enseigne, on se trouve toujours devant le défit d’aller beaucoup plus loin que lorsqu’on écrit, même avec des étudiants. Face à ces ouvriers et à ces paysans qui venaient volontairement aux cours, l’historien est obligé de quitter le côté magistral de l’enseignement universitaire. J’étais confronté aux questions d’actualité posées par ce public de travailleurs, obligé de répondre. J’ai compris ainsi la nécessité de cette coopération universitaire et sociale, telle que le père Joseph la voulait ». Soudain, son bras se tend vers la bibliothèque, pousse la vitrine et sort un volume, « Démocratie et pauvreté » (1 Démocratie et pauvreté, du quatrième ordre au quart monde ». Présentation René Rémond, postface Michel Vovelle, Ed. Quart Monde/ Albin Michel, 1991 ), il le feuillette, énumère les noms d’auteurs, dont beaucoup sont de ses amis. « Cet ouvrage a des contributions éminentes. J’apprécie beaucoup que des histoires parlent sur un pied d’égalité avec les plus pauvres, et même, que les témoignages de ces derniers soient placés en ouverture du livre.
Le professeur engagé, devenu un homme politique trouve-t-il les moyens de communiquer sa préoccupation des pauvres et son expérience de coopération universitaire et sociale ? Une ombre de regret semble passer sur son visage. « Le prise de responsabilité des intellectuels m’a amené à la politique. Le rapport entre la démocratie et la pauvreté est complexe, et malheureusement, non, je n’ai pas souvent l’occasion de parler de pauvreté ». Mais cet homme de conviction ne reste pas sur ce constat. « Ce que j’apprécie dans ATD Quart Monde, c’est cette réunion des plus faibles menée en même temps que l’action sur les institutions. Une rencontre comme celle de Berlin eut été impensable voilà seulement dix ans, car, alors, on limitait les droits de l’homme à la seule condition humaine, grâce à l’influence de chercheurs, d’universitaires, et aussi du père Joseph, un homme qu’il faudrait faire connaître aux Polonais ».
Bronislaw Geremek a choisi la politique, afin de continuer à servir son pays. Un sacrifice pour l’historien qu’il demeure, car il n’a plus le temps de continuer ses recherches ni d’écrire le livre auquel il pense. Au Bébête Show de la télévision polonaise, où figurent le lion ( le président Lech Walesa), l’hippopotame ( Kuron), il est représenté par une chèvre. Quelque chose me dit que contrairement à celle de M. Seguin, elle ne se laissera pas dévorer par le loup de la politique.
{Consulter} l'article avec son forum.
Désormais il est possible d’acheter ou de s’abonner à la revue en ligne. Lien : http://www.editionsquartmonde.org/c...
{Consulter} la brève avec son forum.
Consultez les rubriques « Accès aux archives » et « Derniers numéros parus »
{Consulter} la brève avec son forum.
{Consulter} la brève avec son forum.
Rechercher sur ce site :
| {Site réalisé avec le logiciel SPIP} | {Site de la Revue Quart Monde} | {Plan du site} |